ABN AMRO|Winstherstel op de rug van 450 banen

· AEX

De staat is klaar, de koers beweegt amper

ABN AMRO sloot woensdag amper 0,3 procent hoger op 38,42 euro, op de dag dat de Nederlandse staat bevestigde dat zijn belang in de bank definitief is teruggebracht naar 20,5 procent. Dat is geen routinebericht: het is het slotstuk van een privatisering die begon met de nationalisatie in 2008, en de markt reageert er nauwelijks op.

Volgens NLFI zijn bijna 81 miljoen certificaten verkocht onder het vierde handelsplan, goed voor bijna 2,5 miljard euro. Toch sluit NLFI een volgend verkoopplan niet uit, wat de vraag openlaat of dit een eindpunt is of slechts een pauze in de verdere afbouw.

Een stap die de bank formeel uit staatshanden bevrijdt, zou normaal een herwaardering moeten uitlokken. Dat de koers vrijwel stilstaat, wijst erop dat de markt het aandeel al op een ander verhaal waardeert: niet de eigendomsstructuur, maar het winstherstel dat analisten er recent aan hebben gekoppeld.

Analisten zetten het koersdoel fors hoger

Jefferies verhoogde het koersdoel voor ABN AMRO van 39 naar 45 euro en hield het koopadvies aan. Analist Theo Massing verwacht dat de aanstaande kwartaalcijfers een rentebatenstijging van 8 procent laten zien, gedreven door hogere volumes en stabiele depositokosten bij een spaarrente van 1,25 procent.

UBS acht een nieuwe outlookverhoging waarschijnlijk en Deutsche Bank verhoogde eveneens zijn koersdoel. Geen van de gevolgde analisten neemt een tegengestelde positie in: de these van structureel winstherstel staat vrijwel onbetwist.

Massing mikt voor 2028 op een rendement op eigen vermogen van 14 procent, met winsttaxaties die circa 2 procent boven de consensus liggen. Die projectie rust op twee pijlers tegelijk: rentebaten die stijgen, en kosten die onder controle blijven. De tweede pijler krijgt in de kwartaalcijfers zelf weinig aandacht, maar wordt elders in dezelfde week al zichtbaar gemaakt.

Wat die stabiele kosten werkelijk kosten

Dezelfde week maakte ABN AMRO bekend dat de kernactiviteiten van International Card Services vanaf het tweede kwartaal van 2028 worden uitbesteed aan Worldline. Ongeveer 450 medewerkers werken nu bij de onderdelen die verdwijnen: creditcarduitgifte, transactieverwerking, het IT-platform en de klantenservice.

FNV Finance noemt de outsourcing een cynische bezuinigingsoperatie en een klap in het gezicht van de betrokken medewerkers, die niet meeverhuizen naar Worldline. Bij Worldline zelf wordt fors ingezet op automatisering met AI, wat de operatie voor ABN AMRO structureel goedkoper maakt dan de huidige personeelsbezetting.

Hier sluit de cirkel: de kostenstabiliteit die Jefferies als pijler onder het winstherstel plaatst, wordt mede gerealiseerd door operaties als deze. Het is geen toevallige samenloop maar dezelfde onderliggende beweging, gezien vanuit twee kanten van de bank.

Voor een houder van het aandeel verschuift dit de vraag van louter winstgroei naar de vraag of de kostenreductie zonder reputatieschade of vervolgconflicten kan worden doorgevoerd. Voor een watcher die instapt op de koersdoelverhoging betekent het dat het herstel deels op een eenmalige kostenoperatie leunt, niet uitsluitend op structurele rentebaten.

Wat het volgende kwartaalcijfer moet bevestigen

Het eerstvolgende kwartaalcijfer is de eerste harde toets: Jefferies rekent op een rentebatenstijging van 8 procent. Blijft die stijging uit, dan valt de belangrijkste pijler onder de koersdoelverhoging weg, los van wat de outsourcing aan kosten bespaart.

Wordt de rentebatengroei bevestigd zonder dat het Worldline-conflict verder escaleert, dan houdt de these van een structureel, breed gedragen winstherstel stand. Blijft de rentebatengroei achter, of loopt de onrust bij FNV en de ICS-medewerkers verder op, dan blijkt het koersdoel van 45 euro voor een deel op een kostenoperatie te hebben geleund die zich niet laat herhalen. Dat is het cijfer waar zowel houders als watchers naar moeten kijken voordat ze positie nemen.

Link copied