PostNL 100% tarief, toch verlies|Brief-volume beslist de uitkomst

· AEX

De rekening van zeventig procent minder post

PostNL maakt per 12 juli een einde aan de eendagsbezorging van gewone brieven en zet de volgende-dagservice om in een premiumdienst van bijna vier euro per stuk. Voor rouwkaarten wordt dat 3,25 euro, voor andere poststukken 3,95 euro — in beide gevallen meer dan een verdubbeling van het huidige tarief. Het postbedrijf boekte vorig jaar 35 miljoen euro verlies op de wettelijke verplichte postbezorging, een dienst die het niet zomaar kan stopzetten. Directeur postbedrijf Maurice Unck wijst op de kern van het probleem: het aantal verstuurde brieven is de afgelopen twintig jaar met zeventig procent afgenomen. Die volumedaling is de eigenlijke drijfveer achter elke tariefbeslissing die PostNL neemt.

De uitvaartbranche voelt de klap direct. Onderneemster Nancy van Buuren geeft aan dat families nu al kiezen voor minder rouwkaarten dan gewenst, en dat de nieuwe tarieven die drempel nog verder verhogen. Brancheorganisatie BGNU noemt de verhoging geen goed nieuws voor nabestaanden. Dat de prijssprong tegelijk de vraag naar digitale alternatieven vergroot, is niet toevallig: elke brief die naar een digitaal kanaal verdwijnt, verkleint de resterende schaal waarover PostNL zijn vaste kosten kan spreiden.

Dit speelt zich af in een week waarin de Europese Commissie twee andere bedrijfsmodellen hard aanpakt die digitale schaalvoordelen inzetten ten koste van consumentenbescherming. Temu krijgt een boete van 200 miljoen euro wegens onvoldoende risicoanalyse van illegale producten op zijn platform, een overtreding van de Digital Services Act. Tegelijk start Brussel een verdiept onderzoek naar het overnamebod van JD.com op Ceconomy, het moederbedrijf van MediaMarkt, uit vrees dat Chinese staatssteun in de vorm van gunstige leningen en belastingvoordelen het bod kunstmatig heeft opgehoogd tot 2,2 miljard euro. In alle drie gevallen staat de vraag centraal hoe overheden de economische spelregels handhaven wanneer digitalisering of buitenlandse kapitaalstromen de bestaande marktlogica doorkruisen.

Het mechanisme dat zichzelf ondergraaft

De kern van PostNLs tariefdilemma ligt in een zichzelf versterkende beweging. Het bedrijf verhoogt de prijs omdat het volume te laag is om de kosten te dekken. Maar een hogere prijs maakt de dienst minder aantrekkelijk voor de resterende klanten, wat het volume verder drukt, wat de kostendekking opnieuw verslechtert. PostNL erkent dit impliciet door te zeggen dat het ook na de tariefaanpassing de komende jaren verlies zal blijven maken op de verplichte postbezorging.

De rechter oordeelde al eerder dat het kabinet PostNL niet hoeft te compenseren voor de kosten van de universele dienstverplichting, die vorig jaar 30 miljoen euro bedroeg. PostNL betwist die uitkomst en wil alsnog compensatie. Ondertussen verschuift de discussie naar de vraag of het wettelijke kader zelf nog houdbaar is: een verplichting tot landelijke postbezorging die structureel verlieslatend is zonder compensatiemechanisme, legt de volledige last bij één beursgenoteerd bedrijf.

Het Kadaster publiceert deze week ook cijfers over de huurwoningmarkt die eenzelfde patroon laten zien: beleid dat investeerders uit de markt joeg via strengere huurregels, hogere vermogensbelasting en stijgende rentes, heeft geleid tot een daling van het aantal huurwoningen. Nu kondigt het kabinet nieuwe maatregelen aan om het bezit van huurwoningen aantrekkelijker te maken, maar brancheorganisatie Vastgoed Belang noemt die maatregelen volstrekt onvoldoende. De beleidsreactie komt nadat de markt al heeft ingegrepen.

Twee uitkomsten en de maatstaf daartussen

Het historisch precedent voor PostNLs situatie is te vinden bij Brits Royal Mail en het Amerikaanse United States Postal Service, beide geconfronteerd met identieke volumedalingen en beide uiteindelijk deels afhankelijk geworden van overheidsinterventie of herstructurering van de universele dienstverplichtingen. In Nederland loopt een vergelijkbaar traject, zij het trager.

Er zijn twee duidelijk onderscheidbare scenario's. In het eerste erkent het kabinet dat de universele postdienst een publieke voorziening is die niet volledig kostendekkend kan worden geëxploiteerd via markttarieven, en kent het een compensatievergoeding toe. Dat stabiliseert PostNLs verliespost maar lost het volumeprobleem niet op. In het tweede scenario blijft compensatie uit, dalen volumes verder door de hogere tarieven, en krimpt PostNL zijn netwerk totdat de wettelijke verplichting opnieuw ter discussie staat.

De maatstaf om te volgen is tweeledig: het jaarlijkse briefvolume dat PostNL rapporteert — zodra de daling onder het niveau van tachtig procent van het huidig volume zakt, wordt kostendekking ook bij hogere tarieven rekenkundig onhaalbaar — en het standpunt van het kabinet over compensatie, dat uiterlijk bij de begrotingsbehandeling dit najaar duidelijk moet worden. Tot die tijd blijft het verlies van PostNL een open post op de balans van zowel het bedrijf als de Nederlandse universele dienstinfrastructuur.

Link copied